Willekeurige foto
anna_wielinga.jpg
Nieuwsbrief
Bij blijven? Wordt lid van de nieuwsbrief. U ontvangt maximaal 12 x per jaar een nieuwsbrief!
Nieuwsbrief Wielinga Online


Ontvang HTML?

copyright

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Advertentie
Inloggen



Home Nieuws Herinneringen aan de Jacob van Lennepstraat Jeugd in Oud West
(2 votes, average: 3.50 out of 5)

Volksbuurt, prachtwijk, probleemwijk, ook het Amsterdamse Oud-West behoort tot deze categorie. Daar, tussen de Jan Pieter Heyestraat en de Nicolaas Beetsstraat, heb ik mijn jeugd doorgebracht: in de volksmond beter bekend als de Kinkerbuurt. Jarenlang was dit stuk asfalt van zo’n 300 meter lengte het middelpunt van mijn universum.

 

In de jaren na de oorlog bestonden begrippen als hangjongeren of probleemjongeren nog niet. Van Marokkaanse rotjochies had nog nooit iemand gehoord. Wij waren gewoon een groep Amsterdamse straatschoffies. Voor ons was de straat het verlengde van ons huis. Daar gebeurde het. Afhankelijk van het seizoen werd er geknikkerd, getold, slagbal met rondjes of bok-bok-berrie gespeeld, gehinkeld, gehoepeld of gepinkeld. Maar natuurlijk – boven alles – gevoetbald.

 

Niet van huis zonder bal

 

Het meest kostbare kleinood in de jaren was de tennisbal. Je deed er alles voor om een tennisbal in bezit te krijgen. En dat in een periode waarin tennissen zeker niet tot de volkssporten hoorde. Die tennisbal zat altijd in m’n rechter broekzak. En zodra ik thuis kwam van school, was het hup, de straat op en voetballen. We waren een vaste gang: Hans Kroon, Jimmy Kroon, Rob Mes en ik. Twee tegen twee ‘putten’.  De doelen waren de twee afvoerputten in de tegenover elkaar liggende stoepranden. Ongeveer 15 centimeter hoog en 3o centimeter lang. Links en recht in de put twee kleinere gaten en in het midden een groter gat, waar precies een tennisbal doorheen kon. En natuurlijk verdween de bal regelmatig door dit gat in de put. Boven op de putdeksel zat een gleuf, waardoor precies twee vingers pasten. Dus ging de bal de put in, dan hup, twee vingers in de deksel en de putdeksel werd er aangelicht. Op de knieën en de bal uit de gore prut in de put pakken. Even afschudden, je handen afvegen aan je broek en door voetballen. Hele competities hebben we zo afgewerkt.

 

 

Leven in de naoorlogse jaren

 

Het leven in het eerste decennium na de oorlog kenmerkte zich eigenlijk maar door twee dingen: armoede en huiselijke warmte. Er was niks, de Duitsers hadden alles of meegenomen of verwoest, het hele land moest opnieuw worden opgebouwd. Het viel niet mee om in de jaren twee, later drie kinderen op te voeden en groot te brengen. Vader werkte en moeder zorgde voor het huishouden. De lonen waren laag en producten schaars. En veel gehoorde opmerking in die dagen was: “Je verdient teveel om te sterven, maar te weinig om van te leven”. En zo was het ook. Als m’n vader op zaterdag middag half een thuis kwam van z’n werk, dan kwam het loonzakje op tafel; de week werd verdeeld. Alles ging in potjes: een potje voor de huur, een potje voor gas en licht, een potje voor het dooiefonds, een potje voor eten, een potje voor verzekeringen, en alles was weer op. En dat moest ook wel, want op zaterdag middag kwamen de kwitantielopers. Er kwam er één de huur ophalen, iemand voor de begrafenisverzekering, iemand voor de brandverzekering, weer een ander voor het aanvullende ziekenfonds, de radiodistributie, het leek een onafzienbare rij van ‘mannetjes-aan-de-deur’ die allemaal wisten dat mijn vader net zijn loon had ontvangen. En voor het op was, kwamen zij allemaal langs.

 

Alles ging goed, totdat er extra geld voor onvoorziene uitgaven nodig was. Oh wee als er bijvoorbeeld schoenen nodig waren. Daar was geen ‘potje’ voor. Dan werd de man van de Finata Bank weer uitgenodigd. Wij kregen dan een lening in de vorm van waardezegels. Deze zegels konden bij een aantal winkels worden besteed. En zo werden de schoenen betaald bij de Bata in de Kinkerstraat. De mijnheer van de zegeltjes sloot zich vervolgens op zaterdag aan in de rij van ‘mannetjes’ om wekelijks de aflossing en rente op te komen halen.

 

Maar soms ging het wel is mis. Dan stond er een mannetje voor de deur, maar het geld was op. Henny of ik werd dan naar beneden gestuurd om te zeggen dat m’n moeder niet thuis was en of het volgende week dubbel mocht. En dan gedurende de rest van de week maar hopen dat het een week later goed kwam. Meestal betekende dit dat de week er op een ander mannetje een week op z’n centen moest wachten.

 

Alles luisterde zo nauw, dat als er toevallig in de week wat meer stroom of gas was verbruikt, op vrijdag het gas- of lichtmuntje op was. De meter sloeg af en je zat plompverloren zonder stroom of gas. En natuurlijk altijd op vrijdagavond. Maar ja, pas de volgende dag kwam het loon weer binnen. Ik ben wat keren naar de familie Koster – onze kruidenier – gelopen om aan te bellen en een muntje te halen. “Wilt u het alsjeblieft opschrijven? Mama komt morgen betalen”.

 

 

Filosofische gesprekken

 

Dit speelde niet alleen bij ons. Ook de andere leden van de gang hadden hiermee te maken. Ik zal zo’n 12 jaar geweest zijn toen er een geruchtmakende tv-uitzending plaatsvond onder de titel : 80 GULDEN SCHOON. Daarin werd gesteld dat een gemiddeld arbeidersgezin wekelijks moest zien rond te komen van Hfl. 80,- netto. Wij waren ons net bewust van de strenge economische wetmatigheden van het leven en stonden ergens in een portiek te filosoferen over de vraag hoeveel geld je per week moest verdienen om geen armoede meer te kennen. En de consensus was dat als je twee honderd gulden per week verdiende, je wel heel erg rijk moest zijn.

 

Nou, die twee honderd gulden per week is inmiddels wel gelukt, Maar van ons vieren is in ieder geval één heel goed terecht gekomen. Van Rob Mes weet ik het niet, die ben ik uit het oog verloren. Maar Hans en Jimmy Kroon spreek ik zo heel af en toe nog wel is. Jimmy heeft een mooi verzekeringskantoor op de grens van Haarlem en Heemstede. Hans is jaren bestuursvoorzitter van Van der Molen Effecten geweest. En ik? Na twaalf ambachten en dertien ongelukken en wann nichts hat gelungen, dann geht man in Versicherungen.

Web Realisatie

Deze website is ontwikkeld en in beheer bij:
Tonenco Webdesign en Advies.

  • Website op maat
  • Joomla CMS
  • CMSimple
  • Domeinnaam
  • Hosting
  • Website analyse
  • Beheer

Voor MKB; ZZP-er; vereniging; stichting of particulier

Banner voor Wielinga