| Inhoudsopgave |
|---|
| Radio distributie |
| draadomroep-en-ptt |
| Alle pagina's |
|
Uit: Nieuwsbrief 6e jaargang, nummer 4 Radio distributie In mijn vroegste jeugd, werd er nog geluisterd naar de zogenaamde radio distributie. Een nu niet meer voor te stellen fenomeen, met voor zover ik mij kan herinneren vier zenders, waarvan twee Nederlandse. Eigenlijk was de radio distributie zijn tijd ver vooruit. Het was de eerste vorm van kabel ooit. Alle geabonneerde woningen werden doormiddel van een kabel aangesloten op een centrale van waaruit de zenders werden doorgegeven. Deze vorm werd reeds voor de 2e wereldoorlog gebruikt. Het voordeel was dat het relatief goedkoop was en er geen sprake was van vervorming van de geluidsgolven die door de ether gingen, zoals bij een gewone radio, die toen alleen nog via AM was te beluisteren.
In 1921 start de jonge radio-amateur A.L. Bauling uit Koog aan de Zaan met experimenten om omroepprogramma's te ontvangen. Deze experimenten worden met belangstelling gevolgd door buren, vrienden en kennissen. Het aantal radio's is in die tijd nog minimaal en zo gauw er weer een concert te beluisteren is, komen ze naar huize Bauling om mee te genieten. Bauling komt op het idee om de aansluitdraden van de hoofdtelefoons te verlengen naar zijn buren. Voor 50 cent per week krijgen zij de programma's thuis. De eerste radiocentrale is geboren! De aansluiting bestaat uit een enkele draad die tussen de daken gespannen is. Tussen deze draad en een aardverbinding (bijvoorbeeld de waterleiding) wordt een stopcontact aangesloten. De abonnee kan hier een hoofdtelefoon - en vanaf eind 1924 een luidspreker - op aansluiten. In de 2e wereldoorlog worden de gewone radio's gevorderd. Hoewel de radio distributie vanwege de "censuur" niet zo populair meer is, wordt er toch nog redelijk gebruik van gemaakt.
|
|
Draadomroep en PTT Op een gegeven moment zat de knop en de luidspreker nog wel aan de muur, maar met de komst van de FM, werd het aantrekkelijker om zelf een radio te hebben en zelfstandig te kiezen voor de gewenste uitzending. In 1964 wordt door de regering besloten om de draadomroep op te heffen en langzaam af te bouwen. In 1975 valt definiteif het doek.
Na de bevrijding worden alle maatregelen van de bezetter op het gebied van radiodistributie ongeldig verklaard. De PTT moet voorlopig als 'een goed huisvader' voor beheer en exploitatie van de netten zorgen. Tussen 1945 en 1953 steekt de PTT bijna vijftig miljoen gulden in renovatie. In 1953 komt er een wettelijke regeling. PTT wordt dan 'officieel' eigenaar van de radiodistributie in ons land. De naam wordt veranderd in Draadomroep; de term distributie doet teveel aan de naoorlogse schaarste denken!
Bij de in 1947 opgerichte Nederlandse Radio Unie (later NOS) worden inmiddels proeven gedaan met een andere ontvangtechniek: frequentiemodulatie (FM) en met stereo-uitzendingen. De ontvangkwaliteit verbetert hierdoor sterk. Met de bouw van een FM-zendernet in de loop van de jaren vijftig wordt storingvrije ontvangst in het hele land mogelijk. Het streven van PTT om alle abonnees van de voormalige radiodistributie vier programma's te bezorgen, drukt zwaar op de begroting. Door druk van de politiek is tariefsverhoging nauwelijks mogelijk. De overstap naar de eigen radio wordt dan te aantrekkelijk.

| Chronologie |
| 1919 | 1e omroepuitzending in Nederland (Idzerda) | |
| 1924 | Oprichting Eerste Nederlandsche Radio Centrale | |
| 1926 | Start Gemeentelijke Telefoonradio Den Haag | |
| 1927 | Start radiodistributie Gemeentetelefoon Rotterdam | |
| 1927 | Oprichting Haagsche Telefoon Radio Vereeniging | |
| 1927 | Tweede nationale omroepzender in dienst gesteld te Huizen | |
| 1928 | Oprichting Bond van Exploitanten van Radio-Centrales | |
| 1930 | Oprichting Vereeniging van Leiders van Gemeentelijke Radiodistributiebedrijven | |
| 1931 | Landelijk muziekdistributienet: Rijksdistributienet | |
| 1932 | Ruim 600 centrales actief | |
| 1932 | Programma's direct vanuit de studio's over de draad via het Hilversumse Telefoonkantoor naar de distributeurs die op uurlijnen waren aangesloten; technisch gezien het begin van de draadomroep. | |
| 1932 | Betaling voor buitenlandse stations opgeheven | |
| 1935 | Toestemming om via een derde lijn een eigen programma te verzorgen. | |
| 1935 | Oprichting NOZEMA | |
| 1940 | Naasting van alle distributie-ondernemingen (ca. 800) door het Rijk, op last van de Duitse bezetter; | |
| 1941 | Omroepverenigingen opgeheven, Rijksradio Omroep gestart (NSB); | |
| 1941 | Opheffing VLGR | |
| 1953 | Wet op de Draadomroep (St.Bl. 748) | |
| 1963 | Start experiment PTT met draadtelevisie in Bezuidenhout te Den Haag; | |
| 1969 | Oprichting CASEMA; | |
| 1975 | Draadomroep opgeheven |
Bron: De informatie is mede afkomstig van de website van het Museum voor communicatie te Den Haag. http://www.muscom.nl/collecties/inhoud/artikel/039.htm
| 74.3% | | Netherlands |
| 17.9% | | United States |
| 5.1% | | Belgium |
| 2.5% | | India |
| Vandaag: | 1 |
| Gisteren: | 7 |
| Deze Week: | 1 |
| Vorige Week: | 38 |
| Deze Maand: | 39 |
| Totaal: | 39 |