Verboden vrucht

Geromantiseerd door Ton Wielinga

Je zou het haast vergeten, maar in de dertiger jaren van de vorige eeuw bevond Nederland zich ook in een recessie. Vooral buiten de Randstad was de armoede groot. Velen zaten zonder werk en het grote Amsterdam lokte als het beloofde land Ook voor onze familie Wielinga, afkomstig uit Sneek. Zij besloten de overtocht naar Amsterdam te maken. De spullen werden ingepakt en zoals velen namen zij de Lemmerboot vanuit Sneek.

“Ik (Jacobus Wielinga 1909 – 1996) vetrok, om neer te strijken in de Kinkerbuurt van Amsterdam.

Een volkswijk, waar een ieder elkaar kende, maar wij als vreemde eenden in de bijt terecht kwamen. Hoewel ik mijn uiterste best deed om aan werk te komen wilde dat aanvankelijk niet zo goed lukken. Als plattelandsjongen van rond de twintig loop je dan wat doelloos door een onbekende en grote stad.

Je verbaast je over de drukte op straat en ik kwam uiteindelijk terecht op de hoek van de Kinkerstraat en de Ten Katestraat. Daar was een dagmarkt. Ik liep de drukte in over de markt. Iets dergelijks had ik nog nooit gezien. Op een gegeven moment kwam ik bij een groentestal. Ik zag daar vruchten, die ik nog nooit gezien had. Zo groot ongeveer als een gemiddelde appel en vuurrood. Uitnodigend lonkten de vruchten naar me en ik kreeg het water in mijn mond. Wat moest een vrucht die er zo uit zag lekker smaken.

Ik was al een paar keer op mijn klompen, ja die droeg ik nog steeds, langs gelopen. Naar mate ik meer honger kreeg, trokken de vruchten meer aan. Ik had geen cent, dus kopen was niet mogelijk. Misschien na de 5e keer langslopen, trok ik figuurlijk de stoute schoenen aan. Ik deed een greep en pakte zo’n rode vrucht en zette het op een lopen. Ik hoorde een hoop geschreeuw, maar trok mij er niets van aan. Niet naar huis lopen dacht ik nog. Kris kras rende ik door straten en kwam tenslotte al hijgend tot stilstand. Even goed luisteren, maar zo te horen werd ik niet gevolgd. Ik zag ook niets. Ik gunde mij geen moment rust om weer wat op adem te komen, maar deed een grote hap in de “verboden vrucht”.

Nu weet ik niet of u zich kan herinneren wanneer u voor het eerst, zeker wanneer u denkt aan een zoete vrucht, een hap heeft genomen van een rauwe tomaat, maar ik kan u verzekeren: “Hij smaakt niet!”

Ik ben zwaar katholiek opgevoed en nooit heb ik meer gedacht aan het spreekwoord: “Gestolen goed gedijt niet” Tomaat is later één van mijn meest favoriete fruitsoorten/groenten geworden.”

Jaap Wielinga (Jacobus Wielinga (1909 – 1996)

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten